BANDVINK
Amadina Fasciata
Verspreiding: Afrika.
Habitat: Afrikaanse savanne.
Grootte: 12,5 cm
Man en pop van deze zeer veel voorkomende vogels zijn goed te onderscheiden,
slechts de man heeft de rode band om de hals. De zang van de man is nauwelijks
te horen. Men ziet de vogel
echter regelmatig met opgezette keelveren zingen.
In een buitenvolière met volop nestgelegenheid heb ik zelden last met deze
vogels gehad. In een kooi alleen gehouden, is de kans op broeden echter veel
groter. In een parkietenblok of
nestkastje bouwen ze een nest van elk beschikbaar materiaal en de pop legt
daarin 4-6 eitjes, die ze afwisselend bebroeden. Na 12 dagen komen de eitjes
uit en de jongen moeten met meelwormen, miereneieren, pinkies, gekiemde zaden
en een goed universeelvoer grootgebracht worden.
Het is aan te raden om bij deze soort zo weinig mogelijk nest controle uit te
voeren, op de pop of man die zit te broeden, of de jongen beschermt. Het kan
de reden zijn dat veel nesten te gronde gaan, die, bij ongestoord blijven,
tot een goed einde gebracht zouden zijn.
Deze vogels hebben veel behoefte aan allerlei mineralen en vooral kalk, in het
voorjaar veel groenvoer en een gritmengsel. De zo gevreesde legnood, die bij
deze vogels meer voorkomt dan bij andere, is te voorkomen door de vogels te
laten broeden in de zomer periode. Door de warmte buiten en de wat hogere
luchtvochtigheid zult u geen problemen ondervinden. Het zijn zeer sterke vogels
die jarenlang, ook in de buitenvolière, kunnen blijven leven.
Oostafrikaanse bandvink.
Amadina fasciata alexandri
Uit Ethiopië werden grote aantallen bandvinken ingevoerd, die in kleur en
tekening belangrijk afwijken van de algemeen bekende soort, die beige bruin is
met bruine tekening. Wat het meest aan deze vogels opvalt, is de zeer donkere
streepjestekening en de extra brede rode halsband. De schubbentekening is
krachtiger, de ondergrond dieper beige bruin. Uiteraard zijn er geen verschillen
in de verzorging van beide soorten, zodat ik hiervoor verwijs naar de
bovenstaande soort.