Vogelvereniging Fauna
- Bestuur
- Wat doet V.V. Fauna?
- Waarom lid worden?
- Contributie
- Lid worden?
- Contact
Clubblad
- Ledenvergadering
- Een lid uitgelicht
- Ringen
- Vraag & Aanbod
- Algemene mededelingen
Activiteiten
- Grote Vogelmarkt
- Kleine Vogelmarkt
- Tentoonstelling
- Jaar Agenda
Specifieke Informatie
- Vogels
- Voeding
- Ziekten
Links
- Bond & Verenigingen
- Speciaalclubs
- Diversen

LAATSTE UPDATE: 03-01-2005


Binsen Astrilde



BINSEN ASTRILDE
Neochmia ruficauda

Herkomst: AustraliŽ.

Habitat: Savanne en met struiken begroeid grasland.

Grootte: 11 cm


Binsen Astrilde (man)

Het popje is moeilijk, maar toch goed te herkennen aan het mindere rood van de kin, het voorhoofd en de wangen. Dit geldt voor volwassen vogels. De jongen die aan het kleuren zijn, moeten niet met de poppen verwisseld worden!

Evenals zoveel andere Australische vinken kunnen ze goed in een kooi alleen gehouden worden, en daarin zullen ze achtereenvolgens 2 tot 3 broedsels kunnen grootbrengen.

De jongen worden in 13 dagen uitgebroed, meestal 4, en na 25 dagen verlaten ze het nest. Voor het nest wordt vaak een nestkastje uitverkoren, waarin ze een bolvormig bouwsel van touwvezels en grashalmen aanbrengen met een nauwe ingang, maar indien men in de buitenvoliŤre enkele bremtakken ophangt en daartussen wat hooihalmen aanbrengt, zullen de vogels al spoedig in de brem hun vrijstaande nest gaan bouwen wat ze zelfs prefereren boven een nestkastje.

Het eigenaardige is dat broedresultaten met vogels die niet ouder dan een jaar zijn, meestal uitblijven, hetzij dan dat er bevruchte eieren in overvloed gelegd worden, maar het opfokken van de jongen mislukt vaak. Deze eitjes kan men dan het beste onder Zilverbekjes of Jap. Meeuwtjes leggen en op deze wijze kunnen er dan toch een aantal jongen grootgebracht worden. Nestjes van 5 eitjes zijn normaal.

Als de Binsen zelf hun jongen willen opfokken, dus zelf twee jaar oud zijn, zijn de resultaten meestal nog beter en 3 legsels per jaar zijn dan geen uitzondering. Bij koud weer tijdens de leg hebben ze veel last van legnood.

Tegenwoordig worden Binsen astrilden door tal van liefhebbers gekweekt, zodat het vaak mogelijk is om een onverwant paaltje te bemachtigen. Tevens zijn er mutaties met de gele kop. Kruisingen met het zilverbekje en de bichenow astrilde zijn tevens mogelijk echter zijn deze kruisingen vaak onvruchtbaar en zullen dus niet voor nageslacht zorgen.










FaunaHoogeveen.nl © 2003