BINSEN ASTRILDE
Neochmia ruficauda
Herkomst: Australië.
Habitat: Savanne en met struiken begroeid grasland.
Grootte: 11 cm

Binsen Astrilde (man)
Het popje is moeilijk, maar toch goed te herkennen aan het mindere
rood van de kin, het voorhoofd en de wangen. Dit geldt voor
volwassen vogels. De jongen die aan het kleuren zijn, moeten niet
met de poppen verwisseld worden!
Evenals zoveel andere Australische vinken kunnen ze goed in een
kooi alleen gehouden worden, en daarin zullen ze achtereenvolgens
2 tot 3 broedsels kunnen grootbrengen.
De jongen worden in 13 dagen uitgebroed, meestal 4, en na 25
dagen verlaten ze het nest. Voor het nest wordt vaak een nestkastje
uitverkoren, waarin ze een bolvormig bouwsel van touwvezels en
grashalmen aanbrengen met een nauwe ingang, maar indien men
in de buitenvolière enkele bremtakken ophangt en daartussen wat
hooihalmen aanbrengt, zullen de vogels al spoedig in de brem hun
vrijstaande nest gaan bouwen wat ze zelfs prefereren boven een
nestkastje.
Het eigenaardige is dat broedresultaten met vogels die niet ouder
dan een jaar zijn, meestal uitblijven, hetzij dan dat er bevruchte
eieren in overvloed gelegd worden, maar het opfokken van de jongen
mislukt vaak. Deze eitjes kan men dan het beste onder Zilverbekjes
of Jap. Meeuwtjes leggen en op deze wijze kunnen er dan toch een aantal
jongen grootgebracht worden. Nestjes van 5 eitjes zijn normaal.
Als de Binsen zelf hun jongen willen opfokken, dus zelf twee jaar
oud zijn, zijn de resultaten meestal nog beter en 3 legsels per jaar
zijn dan geen uitzondering. Bij koud weer tijdens de leg hebben ze
veel last van legnood.
Tegenwoordig worden Binsen astrilden door tal van liefhebbers gekweekt,
zodat het vaak mogelijk is om een onverwant paaltje te bemachtigen.
Tevens zijn er mutaties met de gele kop. Kruisingen met het zilverbekje
en de bichenow astrilde zijn tevens mogelijk echter zijn deze kruisingen
vaak onvruchtbaar en zullen dus niet voor nageslacht zorgen.