Het tweede belangrijke bestanddeel van het voedsel van vogels wordt gevormd door de
koolhydraten. Koolhydraten zijn chemische verbindingen van koolstof, waterstof en
zuurstof. Een van de bekendste is de vrij eenvoudig samengestelde glucose (C6 H12 06)
die door de fotosynthese in planten ontstaat. De plantaardige koolhydraten worden in de
plant opgebouwd, waarbij ze gebruik maken van de zonne-energie.
Koolhydraten komen voor in de vorm van suiker en zetmeel en we vinden ze in deze vorm
terug in het voedsel dat onze vogels eten. Denk maar eens aan het "nootzoet raapzaad" dat
z'n naam dankt aan de suikers die het bevat.
Het zetmeel uit de zaden wordt niet rechtstreeks door het lichaam opgenomen, omdat het
eerst moet worden afgebroken tot kleinere moleculen. Dit geschiedt onder andere door het
ptyalase uit het speeksel en de afscheidingsproducten van de alvleesklier.
Het afgebroken zetmeel wordt in de dunne darm in het bloed opgenomen en vandaar naar
de weefsels gevoerd, waar het de verbranding in stand houdt en zo voor warmte en energie zorgt.
Een teveel aan koolhydraten in de vorm van suiker wordt opgeslagen in de lever en van
daaruit wordt het gedistribueerd naar die plaatsen van het lichaam waar erom wordt
gevraagd. Een teveel aan zetmeel kan ertoe bijdragen, dat er zich teveel vet vormt en dat
zal vooral geschieden, als het lichaam door een geringer verbruik van koolhydraten een
teveel van deze stoffen krijgt.
Om een goed gebruik van de koolhydraten te bevorderen is het daarom gewenst, dat de
vogels veel beweging krijgen. Vandaar dat de vogelliefhebber zijn vogels bij voorkeur
moet onderbrengen in ruime kooien en volières om ze in staat te stellen door veel
beweging tot een royaal verbruik van koolhydraten te komen.
Ook de cellulose, de voornaamste bouwstof van planten en de chitine van dierlijke
celwanden, waarvan o.a. de huid van de insecten is opgebouwd, is uit zetmeel gevormd,
maar het wordt tijdens de spijsvertering maar zeer moeilijk afgebroken. Het verlaat na
de spijsvertering het vogellichaam dan ook vrijwel onveranderd.
Het voedsel dat we aan onze vogels voorzetten, moet dus koolhydraten bevatten omdat
de verbranding tot op grote hoogte van deze koolhydraten afhankelijk is.
Nu zijn deze koolhydraten rijkelijk in het vogelvoedsel aanwezig, in de zaden en vruchten,
in het groenvoer en in het dierlijk voedsel.
Zo zijn bijvoorbeeld bij de gebruikelijke vogelzaden de percentages:
| witzaad | 50.8% |
| millet | 60.4% |
| raapzaad | 10.4% |
| negerzaad | 17% |
| lijnzaad | 17.5% |
| hennepzaad | 15.8% |